The War Between The States

De strijd tussen Noord en Zuid mondde uit in een Burgeroorlog

Het Zuiden stelde zich nog altijd vijandig op tegenover het centrale gezag, zeker doordat de positie van het Zuiden ten opzichte van het Noorden steeds zwakker werd. Uiteindelijk zou het hele probleem escaleren door het slavernijvraagstuk.

Het Noorden was al rond 1800 van dit systeem afgestapt, het Zuiden daarentegen leunde sterk op de slaven, met name op de katoenplantages. Noordelijke abolitionisten (voorstanders van de afschaffing van slavernij) werden steeds fanatieker in hun pleidooi voor afschaffing van de slavernij. Door de uitbreiding naar het westen toe werden de problemen steeds groter, zoals bijvoorbeeld de toetreding tot de Unie door Californie, dat gedeeltelijk in het zuiden en in het noorden lag. Vaak werden er halfslachtige compromissen gesloten die nooit lang voor een echte oplossing zouden kunnen zorgen.

In 1852 verscheen het boek van Harriet Beecher Stowe “Uncle Tom’s cabin” (De Negerhut van Oom Tom) en hierdoor werd het Amerikaanse probleem een wereldprobleem. In 1854 werd er in de Kansas-Nebraska-wet voorgesteld om de pioniers te laten beslissen wat er met de slavernij moest gebeuren. Ook dit werkte niet want er ontstonden felle gevechten tussen voor- en tegenstanders van de afschaffing van de slavernij. In 1857 werd er nog wat olie op het vuur gegooid door het Hooggerechtshof. Dit college bepaalde dat slaven altijd en overal bezit bleven, ook al verhuisde een zuiderling naar het noorden. Naast de afschaffing van de slavernij waren de noorderlingen ook nog beducht voor de vrije doorgang tot het westen voor de kleine boeren. Dit standpunt leidde ertoe dat de Whigs-partij ontbonden werd, ook hier weer door de grote tegenstellingen in meningen. De aanhangers van het Noorden richtten toen een nieuwe partij op, de Republikeinen, die ook streefden naar een sterk centraal gezag. Zij vonden dan ook dat het Congres moest beslissen over het al dan niet afschaffen van de slavernij.
In 1860 werd de republikein en notoire slavernijbestrijder Abraham Lincoln president en dat was voor elf zuidelijke staten het teken zich af te scheiden van de Unie. Lincoln stond bekend als anti-slavernij georiënteerd, iets dat hij later ontkrachtte door te zeggen: "Als ik de Unie kon redden door alle slaven te bevrijden, zou ik dat doen; als ik de Unie kon redden door geen enkele slaaf te bevrijden, zou ik dat doen; als ik de Unie kon redden door sommige slaven te bevrijden en anderen niet, zou ik dat ook doen." (1862)
Al in 1861 was de Amerikaanse Burgeroorlog echter onvermijdelijk, hoe graag Lincoln ook wilde bewijzen dat hij de eenheid van de Unie stelde boven de vrijheid van de slaven. In februari van dat jaar hadden zich al zeven staten van de Unie losgemaakt, en dat zouden er spoedig meer worden.

Na de inauguratie van Lincoln op 4 maart 1861 namen de spanningen hand over hand toe. Staten als Virginia, Tennessee, Kentucky, Missouri, Arkansas en North Carolina beraadden zich nog over wat te doen. De Zuidelijke sentimenten in die staten waren gevaarlijk prominent aanwezig en Lincoln vreesde dat ook zij zich zouden afscheiden om opgenomen in de nieuwe Confederate States of America (CSA). Die vrees werd grotendeels bewaarheid na het bombardement op Fort Sumter op 12 april 1861, de dag dat de Amerikaanse Burgeroorlog begon.

South Carolina eiste dat de Verenigde Staten hun legerbasis in South Carolina zou sluiten. Toen dat niet gebeurde begon het leger van South Carolina met een beschieting, 36 uur lang. Dit werd het startsein voor een strijd tussen de zuidelijke en noordelijke troepen.

Het Noorden, onder leiding van Abraham Lincoln, won deze bloedige oorlog in 1865. Al tijdens de oorlog, in 1863, werden de slaven per proclamatie door Lincoln bevrijd, en dit werd grondwettelijk in 1865 bekrachtigd. Op 14 april 1865 werd Lincoln door een zuiderling vermoord. De Burgeroorlog kostte meer dan 600.000 mensen het leven. Voor Lincoln was de overwinning van het Noorden ook een bewijs dat de Unie bij elkaar hoorde en dat een staat de Unie niet zomaar kon verlaten. Belangrijk was ook dat het industriële Noorden gewonnen had van het agrarische Zuiden, en na de oorlog begon dan ook de onweerstaanbare opbloei van de Amerikaanse industrie. In 1862 werd ook al het westen als vrij land voor de kolonisten opengesteld via de “Homestead Act”.

Fort Sumter was een fort gelegen in Zuidelijk gebied (South Carolina) maar bezet door Noordelijke troepen. Jefferson Davis, de president van de nieuwe CSA, eiste dat het fort ontruimd werd en overgedaan aan het Zuiden, maar Lincoln weigerde. Hij zei dat het Noorden niet zou schieten, maar zich wel zou verdedigen mocht dit nodig zijn. 

De daarop volgende patstelling werd vervolgens verbroken door de Zuidelijke troepen onder commando van Generaal P.G.T. Beauregard; op 12 april openden zij het vuur op het fort en begonnen daarmee de Amerikaanse Burgeroorlog, de gruwelijkste oorlog die het Noord-Amerikaanse continent ooit zou kennen.Vierendertig uur nadat de beschieting was begonnen (en daarmee de Amerikaanse Burgeroorlog) trok de commandant van het fort, Majoor Robert Anderson, zich terug naar het Noorden; er waren geen slachtoffers gevallen. Op 15 april riep Lincoln een staat van rebellie uit en riep 75.000 vrijwilligers op voor de oorlog. Omdat de meeste mensen dachten dat de oorlog snel beëindigd zou zijn, was dit geen probleem, vooral in het Zuiden waar honderdduizenden zich aanmelden voor het niet-bestaande leger van de Confederatie. Nadat Lincoln de staat van rebellie had uitgeroepen, trokken Virginia, North Carolina, Tennessee en Arkansas zich ook woedend uit de Unie terug. Eind mei 1861 bestond de Confederatie uit elf staten met 9 miljoen inwoners, waarvan 3,5 miljoen slaven; de Unie bestond uit 23 staten met 23 miljoen inwoners.Lincoln was echter opgelucht te merken dat de grensstaten Kentucky, Missouri en Maryland zich niet uit de Unie terugtrokken, ondanks hun banden met de slavernij.

De nieuwe Confederatie zat echter niet zonder problemen. Ondanks het enthousiasme van vele duizenden jonge mannen had de CSA geen leger, geen wapens, en nauwelijks productiecapaciteit; het Zuiden was altijd op de landbouw gericht geweest en dat speelde hen nu zwaar parten. Terwijl in het Noorden 110.000 fabrieken met in totaal 1,3 miljoen werknemers de oorlogsproductie in een stroomversnelling brachten, moest het Zuiden het doen met 18.000 fabrieken met slechts 110.000 werknemers. Het Noorden bezat ruim 22.000 mijl treinrails terwijl het Zuiden het 9.000 mijl moest doen; in 1860 produceerde het Noorden 470 stoomlocomotieven, tegen slechts 17 in het Zuiden. Het Noorden produceerde daarnaast 32 keer meer wapens dan het Zuiden, en had daarmee zo'n 97% van de wapenindustrie in handen. het enige wat het Zuiden hier voorlopig tegenover kon zetten was een ongebreideld enthousiasme voor het nieuwe land en een hoog moraal onder de troepen.

Bij de uiteenval van de Unie aan het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog werd de Unie letterlijk en figuurlijk in tweëen gespleten, niet alleen op het niveau van de staten, maar ook het niveau van het individu. Vaders en zonen, broers en zussen, neven en nichten, vrienden en vriendinnen, hele families: ze vonden zichzelf ineens uit elkaar getrokken door de Burgeroorlog. Ineens leefde die goede buur aan de andere kant van de grens en was een vijand geworden. Het kwam dan ook vaak voor dat leden van dezelfde familie tegenover elkaar stonden, verdeeld door idealen en de grens. Niet zelden diende een vader in een leger dat vocht tegen een leger waar zijn zoon in diende. Hetzelfde gold voor de legercommandanten; opgegroeid als vrienden, samen naar de militaire academie op West Point gegaan, soms zelfs samen in de Mexicaanse Oorlog gevochten, maar nu elkaars vijanden. De meeste officieren kozen de kant van hun thuisstaat, zodat strategisch hoogbegaafde mannen als Robert E. Lee en Joseph E. Johnston, beiden uit Virginia, naar het Zuiden vertrokken. Een groot verlies voor het Noorden, dat het met jongere, minder ervaren officieren als Henry Halleck, Joseph Hooker en George Meade moest doen.Vooral Robert E. Lee bleek een groot verlies; Lincoln had hem zelfs het bevel van het hele Unieleger aangeboden, maar hoewel de zachtaardige maar briljante Lee weinig met slavernij had, kon hij als Virginia gentleman zijn staat niet verraden. Hij vertrok naar het Zuiden en nam een grote hoeveelheid strategische kennis en inzicht met zich mee.

De eerste slag bij Bull Run (21 juli 1861)

Het publiek wilde snel een overwinning zien, en in juli 1861 zwichtte Lincoln voor deze druk. Hij liet het Noordelijke leger onder leiding van Irvine McDowell, 30.000 man sterk maar slechts halfgetraind, oprukken naar het dorpje Manassas Junction, waar een Zuidelijk leger onder Generaal Beauregard zich had verzameld.  Het enthousiaste publiek toog in grote getalen mee om dit eerste echte gevecht van de Amerikaanse Burgeroorlog met eigen ogen te kunnen aanschouwen. size=3 face=Arial>Het riviertje Bull Run, vlak bij Manassas Junction, werd het centrale punt van het gevecht; duizenden jonge mannen beleefden er hun vuurproef tijdens de eerste veldslag van de Amerikaanse Burgeroorlog. 

Hoewel het Noorden fel aanviel, bleek het Zuiden te sterk en sloeg de tegenstander op de vlucht. Het geschokte publiek had niet alleen weinig van de slag kunnen zien, ze zagen hun helden nu ook langs zich heen in paniek voor hun leven rennen.In de daarop volgende chaos faalde het Zuiden erin de overwinning uit te buiten; de achtervolging werd al snel gestaakt hoewel het complete Noordelijke leger gedesintegreerd was. Uniehoofdstad Washington, slechts 25 mijl van Bull Run verwijderd, ontkwam op het nippertje aan een ramp. Het Noorden realiseerde zich met een schok dat deze oorlog wel eens langer kon duren dan gedacht, terwijl het Zuiden na de overwinning feestvierde.

De Slag bij Bull Run kostte bijna 5000 Amerikaanse slachtoffers, 2700 aan de kant van het Noorden en 2000 aan de kant van het Zuiden. Terwijl het Noorden met de handen in het haar zat, had het Zuiden in Generaal Thomas J. Jackson inmiddels zijn eerste oorlogsheld. Hij had met een kleine brigade uit Virginia tegen een grote Noordelijke overmacht standgehouden en verdiende daarmee de bijnaam "Stonewall Jackson". De hele veldslag, hoe gruwelijk ook, bleek echter slechts een voorproefje van wat er komen ging.De Amerikaanse Burgeroorlog had zijn slechtste tijden nog lang niet gezien.

1862: Jaar van tegenslagen Begin 1862, het tweede jaar van de Amerikaanse Burgeroorlog, zag het er niet goed uit voor de Unie. Het Noorden likte zijn wonden na de smadelijke nederlaag bij Bull Run en bereidde zich voor op een langdurige oorlog. Lincoln verving Generaal McDowell door Generaal George B. McClellan en riep nog eens 500.000 vrijwilligers op voor de oorlog. Hij realiseerde zich dat het Noorden groter en sterker was dan het Zuiden en hoopte door deze voordelen te gebruiken de Amerikaanse Burgeroorlog alsnog snel te kunnen beëindigen.

In McClellan, een charismatische leider met gigantische organisatietalenten, hoopte Lincoln de juiste man voor deze taak gevonden te hebben. Hij beval McClellan met zijn 150.000 man tellend leger, de Army of the Potomac, zo snel mogelijk in de aanval te gaan en de Amerikaanse Burgeroorlog tot een einde te brengen, maar McClellan bleek één van de grootste twijfelaars op de planeet te zijn. Hij liet zich leiden door schromelijk overdreven rapporten van verkenners, die spraken van een Rebellenleger van 220.000 man (terwijl dat leger niet meer dan 36.000 man groot was) en weigerde aan te vallen.In plaats daarvan eiste hij meer mannen, ruim 270.000. Gedurende de rest van 1862 trainde McClellan zijn leger en bouwde het steeds verder op tot het het Zuidelijke leger met één slag van de tafel kon vegen. Had McClellan nu toegeslagen dan was de Amerikaanse Burgeroorlog afgelopen geweest - maar nog steeds bleef hij twijfelen. Zelfs Lincoln, die bekend stond als een rustig en geduldig man, begon dat geduld nu te verliezen. Toen er in maart 1862 nog steeds niets gebeurd was gaf hij McClellan een direct bevel het leger onmiddellijk naar het Zuiden te laten oprukken. McClellan deed wat hem bevolen was, maar op een ongelooflijk voorzichtige en trage manier, wat het Zuiden de kans gaf 70.000 man tegenover hem te plaatsen. Pas eind mei kwam McClellan's leger in de buurt van Richmond, Virginia, de hoofdstad van de CSA. (Richmond lag en ligt slechts 106 mijl van Washington, DC af; zelfs in 1861 duurde die reis onder normale omstandigheden niet meer dan een week.)

Lee slaat terug
Bij de Chickahominy rivier werd op 31 mei en 1 juni vervolgens de Battle of Seven Pines gevochten, waarbij 10.000 slachtoffers vielen en Generaal Johnston zwaar verwond werd. (Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog waren generaals nog op de frontlijn te vinden, binnen het bereik van vijandelijke kanonnen en scherpschutters.) Dit opende de deuren voor Lee om de bevelhebber van de Army of Northern Virginia te worden, waarbij hij meteen Generaal "Stonewall" Jackson betrok. Lee begon het Noordelijke leger agressief aan te vallen, waardoor McClellan volledig het overzicht verloor en in paniek raakte. Hoewel hij tegenover slechts 90.000 man stond met een leger dat bijna twee keer zo groot was, wist McClellan niet wat te doen. De Battle of Seven Days die volgde van 25 juni tot 1 juli, was in cijfers een overwinning voor het Noorden maar McClellan pakte niettemin zijn biezen en vertrok met zijn Army of the Potomac naar Washington.>

Tijdens de Battle of Seven Days had het Zuiden 20.000 slachtoffers en het Noorden 10.000. Maar omdat Lee's agressieve aanvallen McClellan in paniek brachten staat deze slag nu als Zuidelijke overwinning te boek. Lee had Richmond gered en de Amerikaanse Burgeroorlog ging door. Weer had McClellan een kans om de Amerikaanse Burgeroorlog te beëindigen verspeeld. Lee wist echter dat nu stoppen niet mogelijk was. Ondanks de Noordelijke verliezen waren ze nog steeds in elk opzicht superieur aan het Zuiden, en alleen zolang ze zich dat niet realiseerden had de Confederatie een kans van slagen. Dus splitste Lee zijn leger (tegen alle regels in) in tweeën en stuurde zijn rechterhand, Jackson, de ene kant op terwijl hij zelf een omtrekkende beweging maakte

De zeeblokkade wordt effectiever

Al in 1861 had Lincoln een zeeblokkade van Zuidelijke havens uitgeroepen om te voorkomen dat de Confederatie katoen zou kunnen uitvoeren naar Europa, maar aangezien de Amerikaanse vloot toen nog niets voorstelde had die blokkade weinig kracht en werd dan ook een "papieren blokkade" genoemd. Gelukkig voor Lincoln hielp het Zuiden hem een handje aan Groot-Brittannië en Frankrijk vol te kunnen houden dat de blokkade wel degelijk bestond: ze riepen een katoenboycot uit. Het Zuiden stelde dat ze geen katoen naar Europa kon exporteren zolang men daar de Confederatie niet als onafhankelijk land erkende. Een grote fout, want door de boycot verdiende het Zuiden geen geld aan haar primaire exportproduct, en kon dus geen wapens kopen waarmee ze de Amerikaanse Burgeroorlog eventueel nog kon winnen. Toen ze hun fout realiseerden was het echter te laat: de Noordelijke scheepswerven hadden overuren gemaakt en de vloot van 90 schepen begin 1861 tot 264 schepen eind 1861 uitgebreid, en nog honderden meer in 1862. Toen was de papieren blokkade veranderd in een echte en had Lincoln schepen langs de hele 3550 mijl lange Zuidelijke kust, en konden de weinige schepen die het Zuiden had nauwelijks meer uitvaren. ;

De Amerikaanse Burgeroorlog nam grotere vormen aan.Nu de Amerikaanse vloot gegroeid was, kon Lincoln zijn plannen om het Zuiden in tweeën te splijten, die hij al sinds 1861 had gehad, eindelijk doorzetten. De overwinningen van Grant in Tennessee waren de eerste stap van dit plan; de tweede was de verovering van New Orleans in Zuid-Mississippi. De zestigjarige vlagofficier David Farragut had het commando gekregen over 24 schepen met de order zo snel mogelijk New Orleans in te nemen. Hiervoor moest hij de vloot de Mississippi rivier op laten varen, langs twee zwaar bewapende Zuidelijke forten. Uiteindelijk lukte het hem, door in het duister langs de forten heen te varen, waarna New Orleans zich zonder slag of stoot op 26 april 1862 overgaf. De volgende stap in de tweedeling van het Zuiden was Vicksburg in noordelijk Mississippi.

De oorlog verplaatst naar het Noorden: Antietam Robert E. Lee was niet van plan zich zo snel gewonnen te geven. Hij moest voorkomen dat het Noorden de Confederatie in tweeën kon splijten, maar had niet genoeg middelen om de grote Noordelijke legers op twee fronten te bevechten. Dus nam hij een moedig besluit: hij zou de oorlog naar het Noorden verplaatsen. Misschien kon hij zo de Noordelijke wil om te vechten breken en de Amerikaanse Burgeroorlog in zijn voordeel beslissen. In september trok Lee met zijn hele leger de staat Maryland in met als doel Harrisburg in Pennsylvania. Generaal McClellan kwam traag als altijd achter Lee aan en reageerde zelfs niet toen per ongeluk een kopie van Lee's oorlogsplannen in zijn handen vielen; de achtervolging had echter wel tot gevolg dat Lee zijn opmars stopzette en bij Sharpsburg kamp opzette. Lee had zijn leger weer gesplitst, en McClellan wist dat. Had hij meteen gereageerd dan was de Amerikaanse Burgeroorlog waarschijnlijk afgelopen; in plaats daarvan besloot McClellan 16 uur te wachten om zijn plannen nog eens bij te schaven, en gaf daarmee Jackson de kans zich net op tijd weer bij Lee te voegen. Lee groef zijn mannen in bij een klein riviertje, de Antietam, en wachtte op wat komen ging.

Op 17 september ging McClellan tot de aanval over in wat één van de meest cruciale veldslagen van de Amerikaanse Burgeroorlog zou worden.
De mannen waren moedig, erg moedig, en lieten bij honderden het leven. Eén enkele brigade uit Massachusetts verloor bij één aanval al 224 van de 334 mannen. Maar ze wisten van geen ophouden. In een graanveld aan de linkerkant van het brede slagveld werden binnen vier uur vijftien aanvallen en tegenaanvallen uitgevoerd. Het gevecht was om 6 uur 's ochtends begonnen; om 10 uur lagen er 8000 doden en gewonden in het graanveld. Lee gaf de order een verdiepte weg die eens het land van twee boeren scheidde en nu het centrum van zijn verdedigingslijn

was tegen alle kosten te beschermen. Hier mochten de Uniesoldaten in geen geval voorbij, want dan had Lee de slag verloren. Het gevecht begon rond dezelfde tijd dat het gevecht in het graanveld was afgelopen. Kolonel John B. Gordon had het commando over Lee's centrum en zag de in het blauw geklede Noordelijken komen. Hij wachtte tot ze op een paar passen waren genaderd en gaf toen bevel het vuur te openen; de Noordelijke commandant werd onmiddellijk gedood en de mannen vielen even terug. Ze vielen Zuidelijken in de verdiepte weg echter vijf keer aan en braken uiteindelijk door.Tegen die tijd lagen de lijken twee of drie man hoog in de verdiepte weg, die nu bekend staat als "Bloody Lane". De vluchtende Zuidelijken werden met bosjes neergeschoten; Lee's centrum was gebroken.

Aan de rechterkant van het slagveld had Generaal Ambrose Burnside het commando. Tegenover zijn 12.500 blauwgeklede Noordelijke soldaten stonden slechts 400 grijsgeklede Zuidelijke soldaten uit Georgia. De laatsten hadden zich echter ingegraven op een hoge heuvel en konden vier Noordelijke aanvallen in drie uur tegenhouden voordat ze werden afgeslacht.

McClellan had nu (weer) de kans Lee's leger te verpletteren en de Amerikaanse Burgeroorlog te beëindigen, maar hij weifelde en Lee ontkwam, tot grote ergernis en frustratie van Lincoln. De 17e september, de Slag bij Antietam, werd de bloedigste dag uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Beide zijden verloren 10.000 man op die ene dag; voor Lee betekende dit dat een kwart van zijn leger was weggevaagd in minder dan 16 uur.

De Slag bij Antietam was de eerste grote overwinning voor het Noorden, al was het geen overtuigende. Het was echter alles wat Lincoln nodig had voor de volgende fase van zijn plan het Zuiden te verslaan. Op 22 september, vijf dagen na Antietam, maakte hij in de Emancipatie Proclamatie bekend dat de slavernij in de rebellerende staten per 1 januari 1863 zou worden afgeschaft.De Emancipatie Proclamatie had uiteraard geen direct effect op de slavernij (of de Amerikaanse Burgeroorlog zelf). In de grensstaten, waar slavernij nog wel heerste maar die trouw waar gebleven aan de Unie, werd de slavernij niet afgeschaft omdat Lincoln bang was dat ze zich anders zou afscheiden en in de Zuidelijke staten kon Lincoln natuurlijk weinig afdwingen. De Emancipatie Proclamatie was dan ook meer een gebaar naar Europa; hij wilde de Amerikaanse Burgeroorlog tot een politieke zaak maken waarbij Europa niet meer in goed fatsoen het Zuiden kon steunen. Immers, als het Zuiden zijn slaven niet vrijliet na Lincoln's proclamatie dan gaven ze toe slavernij nooit op te zullen geven, en hoe kunnen de geciviliseerde Europese staten zich met een op slavernij gebaseerde natie verbinden?

Vrijwel direct na de slag bij Antietam ontsloeg Lincoln McClellan van zijn commando; de maat was vol. McClellan had meer dan een jaar de tijd gehad het Zuiden te verslaan, en had meer kansen verkwanseld om de oorlog tot een snel einde te brengen dan Lincoln voor mogelijk hield. Hij probeerde tot 1864 stuk voor stuk andere Generaals tot opperbevelhebber te benoemen, maar allen faalden. Op 13 december 1862 vond nog een grote slag plaats waarbij het Noorden zijn zoveelste klap te verwerken kreeg. De Army of the Potomac onder Ambrose Burnside ging bij Fredericksburg in Virginia tot de aanval over, maar Lee wist zich bijzonder goed te verdedigen. Burnside verloor 11.000 man, Lee 5000. De Amerikaanse Burgeroorlog ging door.

Kerende kansen
Na de gebeurtenissen in 1862 zag het er nog steeds niet naar uit dat de Amerikaanse Burgeroorlog gewonnen kon worden door de Unie. En ook 1863 begon slecht voor de Unie. Hoewel blije Noordelijke zwarten zich opgaven als soldaat na de Emancipatie Proclamatie kwamen er weinig reguliere blanke troepen meer bij. Men was de oorlog meer dan zat en wilde niet meer vrijwillig naar het front. Lincoln was dus gedwongen mensen voor verplichte dienst op te roepen, iets dat compleet nieuw was in de VS. Nooit eerder waren mensen gedwongen het leger in te gaan. De verplichte dienst leverde de Unie tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog ongeveer 165.000 man op, maar niet zonder problemen. Rijke mensen konden hun dienst afkopen door een vervanger (lees: bediende) te sturen, maar arme mensen waren hiertoe natuurlijk niet in staat. In enkele Noordelijke steden braken daarom rellen uit.

Chancellorsville en het verlies van Jackson
In april 1863, na het einde van de tweede winter van de Amerikaanse Burgeroorlog, begon het vechten weer op grote schaal los te breken. Joseph Hooker, die Burnside opgevolgd was als leider van de Army of the Potomac, trok naar het Zuiden en kwam bij Chancellorsville in Virginia in gevecht met Lee. Van 1 tot 4 mei 1863 woedde daar een bloedige slag die 21.000 slachtoffers eiste, waarna Hooker zich weer terug moest trekken en prompt door Lincoln van het commando werd ontheven. Het Zuiden leed echter een zeer gevoelig verlies bij Chancellorsville in de vorm van Thomas J. "Stonewall" Jackson, een briljant tacticus en de rechterhand van Robert E. Lee. Lee had zijn leger voor de zoveelste maal gesplitst, maar Jackson kwam pas 's avonds aan op het afgesproken punt. Ondanks het naderende duister wilde hij aanvallen om de verrassing compleet te maken, wat goed lukte. In de verwarring van de strijd, waarbij in het donker de gevechtslijnen van Noord en Zuid bijzonder onduidelijk waren, werd hij echter per ongeluk door zijn eigen troepen neergeschoten. De wond was niet dodelijk, maar de longontsteking die Jackson opliep wel. Hij stierf enkele dagen later, en het Zuiden rouwde. Met Jackson had het Zuiden niet alleen een icoon verloren, maar ook een briljante legerleider. Het was de vraag of Lee, die een zeer hechte band met Jackson had gevormd en compleet op hem vertrouwde, deze klap nog te boven zou kunnen komen. Was er wel een vervanger die in Lee's ogen hetzelfde vertrouwen kreeg als Jackson?

Gettysburg

Lee begreep echter goed dat alleen verdedigen niet tot de overwinning in de Amerikaanse Burgeroorlog zou leiden. Virginia leed verschrikkelijk onder alle veldslagen en een verdedigende houding zou het Zuiden geen erkenning vanuit Europa opleveren. Lee vroeg Jefferson Davis daarom andermaal om de Amerikaanse Burgeroorlog naar het Noorden te mogen verplaatsen. Davis stemde toe. Lee's Army of Northern Virginia trok in juni 1863 weer op naar Pennsylvania, op de voet gevolgd door de Army of the Potomac, die eind juni onder commando van George Meade stond. Op 1 juli troffen beide legers elkaar in Pennsylvania bij een klein plaatsje genaamd Gettysburg, waar binnen drie dagen de ommekeer in de Amerikaanse Burgeroorlog plaatsvond.

Op 1 juli kwamen voorposten van beide legers elkaar min of meer per toeval tegen, waarna een vuurgevecht uitbrak
en beide partijen dringende boodschappen verstuurden, vragend om versterkingen. Gedurende de avond en de nacht verzamelden zich meer troepen aan beide zijden, zodat er in de vroege ochtend van 2 juli 65.000 Zuidelijken tegenover 85.000 Noordelijken stonden. Lee zag zijn kans schoon toen een Noordelijk heethoofd, generaal Daniel Sickles, zijn positie in het centrum verliet en naar voren doorschoof, tegen alle orders in. Deze actie liet de Noordelijke flanken grotendeels ongedekt en Lee stuurde zijn troepen er onmiddellijk op af terwijl Sickles' centrum gebombardeerd werd door kanonnen.

De Noordelijke mannen, geplaatst op een tweetal heuvels, zagen een grote massa grijze uniformen op zich afkomen en verloren razendsnel hun kracht. Toen de kogels bijna op waren beval de commandant echter een aanval met de bajonet, waardoor de verbaasde Zuiderlingen even terugvielen en prompt in de rug aangevallen werden. De Noordelijke flanken hielden stand.

In het centrum hadden Daniel Sickles en zijn leger het al even moeilijk met het Zuidelijke leger (en vooral de artillerie) onder leiding van Generaal James Longstreet. Sickles verloor een been toen een bom vlak bij hem insloeg en het gedeelte onder de knie eraf rukte; er vlogen zoveel kogels rond dat een Zuidelijke soldaat het later zo karakteriseerde: "een man kon zijn hoed omhooghouden en hem vol kogels krijgen".

Bij de Noordelijke troepenverplaatsingen viel vervolgens een gat waar de Zuidelijken meteen gebruik van maakten, en even leek het front ineen te storten. Een klein regiment uit Minnesota kreeg opdracht om de aanstormende Zuidelijken tegen elke prijs tegen te houden,waarna de 262 mannen zich met doodsverachting op de 1600 Geconfedereerden stortten. Slechts 47 van de 262 soldaten uit Minnesota kwamen er zonder kleerscheuren vanaf, wat achteraf betekende dat de kans 82% was dat de moedige mannen gewond of gedood zouden worden in een periode van slechts vijf minuten. Nooit meer zou zo'n hoog slachtofferpercentage geëvenaard worden tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Tegen de avond was de slag nog steeds onbeslist, ondanks het gruwelijke aantal doden en gewonden. De 3e juli zou de uiteindelijke uitkomst moeten bieden.

Op de 3e dag van de slag hing de overwinning van de Geconfedereerden in deze belangrijke slag van de Amerikaanse Burgeroorlog geheel af van een charge die Longstreet's troepen door het midden moesten uitvoeren. Tegen één uur 's middags begon een groot bombardement om de Noordelijken murw te slaan, waarna de eigenlijke charge uitgevoerd zou worden. De bevelhebbers van het Unieleger, net aan de lunch begonnen, werden door een inslaande kanonskogel bijna gedood; een bediende die ietwat verder weg stond had minder geluk en werd door de inslag in tweëen gereten. De Noordelijke kanonnen antwoordden, en de in het bos gereedstaande Zuidelijke soldaten werden nu ook getroffen door het vuur. Na een uur stopte Meade de beschietingen echter - zowel om munitie te sparen als om de Zuidelijken in het open veld te lokken. De list werkte: de Geconfedereerden meenden dat ze de Uniekanonnen het zwijgen op hadden gelegd en besloten tot de aanval over te gaan. Generaal George E. Pickett zou de Zuidelijke aanval door het centrum leiden. Longstreet seinde dat hij kon beginnen, en 13.000 Zuidelijke troepen kwamen uit de bossen tevoorschijn en begonnen zij aan zij het anderhalf kilometer lange veld tussen beide legers over te steken. Wat nu gebeurde, bepaalde vrijwel direct hoe de Amerikaanse Burgeroorlog zou aflopen. De Uniekanonnen openden het vuur andermaal op de dicht bij elkaar lopende Zuiderlingen, die bij bosjes vielen. Eén enkele kanonskogel reet tot 10 man uiteen en er vielen grote gaten in het leger, dat nog steeds met wandelpas op de vijand afliep. Op ongeveer 200 meter afstand begonnen ze op de Noordelijken af te rennen, onverschrokken ondanks de gigantische verliezen. De verdedigers vuurden niet totdat de vijand vlakbij gekomen was en openden toen met één bevel het vuur, waarbij binnen enkele seconden honderden Zuidelijke soldaten neergemaaid werden. De weinige Zuidelijken die uiteindelijk de Noordelijke linies bereikten, werden gedood of gevangen, waarna het restant van het aanvallende leger rechtsomkeert maakte en wegrende. De helft van Pickett's leger, 6500 man, was gedood, gewond, of gevangen genomen. Toen Lee vroeg of Pickett's divisie klaar was om een eventuele tegenaanval af te kunnen slaan, antwoordde de laatste: "Generaal Lee, ik heb geen divisie meer!"

De drie dagen van Gettysburg werden de bloedigste van de Amerikaanse Burgeroorlog.
Er vielen 51.000 slachtoffers, 23.000 aan Noordelijke kant en 28.000 aan Zuidelijke kant. Eén op de drie soldaten die aan de slag mee had gedaan was verloren gegaan. Dit slachtofferaantal was meer dan het Zuidelijke leger kon verwerken. Alle hoop op een invasie van het Noorden was verloren, en Lee trok zijn leger terug naar Virginia. Gelukkig voor hem bleek Meade een karaktertrekje van McClellan overgenomen te hebben en hij weigerde de achtervolging in te zetten. Weer was een kans het grootste Zuidelijke leger te vernietigen verloren: de Amerikaanse Burgeroorlog ging door.

Vicksburg
Lincoln ging ondertussen door met de laatste fase van zijn plan het Zuiden in tweeën te splitsen. Generaal Grant was in het westen Vicksburg sinds mei 1863 aan het belegeren, en accepteerde op 4 juli, de dag na de Noordelijke overwinning in de Slag bij Gettysburg, de onvoorwaardelijke overgave van die stad. Nu was het Zuiden definitief in tweëen gedeeld. Na deze slag voor de CSA en die van Gettysburg, begonnen de kansen in de Amerikaanse Burgeroorlog te keren. Grant's reputatie, die na Shiloh een slag had opgelopen, was met de overwinning bij Vicksburg weer hersteld, en bovendien had hij bewezen dat hij een man was die overwinningen kon en durfde halen - de eerste die Lincoln in twee jaar had gezien. Na een smadelijke Noordelijke nederlaag bij Chickamauga van een andere generaal benoemde Lincoln Grant daarom eind september 1863 tot bevelhebber van de westelijke legers. Grant reageerde onmiddelijk en stuurde zijn legers naar Chattanooga in zuidelijk Tennessee, waarna hij de stad innam. Hierdoor konden de Unielegers zonder problemen een opmars maken naar het hart van de Confederatie - de staat Georgia. Het jaar 1863 eindigde met meer hoop in het Noorden, en een in het defensief gedrongen, teneergeslagen Zuiden. Een ommekeer in de Amerikaanse Burgeroorlog.

1864: Jaar der vernietiging

Toen Lincoln inzag dat Grant de beste man voor de baan was, de enige die deed wat Lincoln wilde, namelijk agressief uithalen naar het Zuiden en de Amerikaanse Burgeroorlog tot een snel einde brengen, gaf Lincoln hem begin januari 1864 het opperbevel over het Amerikaanse leger. En met de komst van Grant nam de Amerikaanse Burgeroorlog een heel andere wending.

Grant's aanvalsplan

In maart arriveerde Grant in Washington om zijn aanvalsplan aan Lincoln voor te leggen. Alle Noordelijke legers moesten zich op het hart van het Zuiden richten en daar zonder zich te laten tegenhouden naar oprukken, onderwijl alles wat op hun weg lag vernietigend. Dit was de verschroeide aardetactiek, niet een waarbij het verdedigende leger alles vernietigt terwijl het zich terugtrekt, maar een waarbij het aanvallende leger alles vernietigt terwijl het oprukt om daarmee de wil van de bevolking om oorlog te voeren te breken. Zo wilde Grant de Amerikaanse Burgeroorlog snel beëindigen. Grant riep hierbij de hulp in van William Tecumseh Sherman, nu bevelhebber van het westelijke Unieleger. Sherman moest met zijn legers naar Atlanta in Georgia oprukken en daarbij het leger van Joseph E. Johnston vernietigen, terwijl Grant achter Lee's Army of Northern Virginia aanging. In mei 1864 trad hun plan in werking. Het plan liep al snel uit in een moordende slag om te zien wie het het langst uithield. Sherman rukte snel op richting Atlanta terwijl Lee in Virginia een kat-en-muis spel speelde met Grant. Steeds weer achtervolgde Grant de slim terugvallende Lee, en daarbij werden meerdere veldslagen gevochten, o.a. de Battle of the Wilderness (5-6 mei), Spotsylvania (7-19 mei) en Cold Harbor (1-3 juni).

Vooral de slag bij Cold Harbor was een slag in het gezicht van het Noorden. Hoewel Grant de superieure aantallen had, had Lee's leger zich goed ingegraven en kon wachten op de Noordelijke aanval. Vooral hier bleek hoe scheef de verhouding tussen tactiek en technologie zich door de jaren had ontwikkeld; tegenover de moderne snelladers, mitrailleurs en prikkeldraad van de Amerikaanse Burgeroorlog stonden mannen die net als honderden jaren geleden zij aan zij het slagveld opliepen zonder dekking te zoeken. Het werd een slachting. Van de 60.000 aanvallende Uniesoldaten werden er minstens 6000 binnen acht minuten getroffen, terwijl er geen centimeter winst werd gemaakt. Daarna weigerden beide zijden toe te geven, zodat de gewonden en doden van de Unie twee dagen lang op het veld bleven liggen. Toen het ziekenhuispersoneel eindelijk het slagveld op mocht vonden ze nog slechts twee overlevenden; de rest van de duizenden gewonden was ofwel gestorven ofwel weggekropen. Pas bij Petersburg hielden beide vermoeide legers halt en groeven zich in. Toen had Grant de helft van zijn 120.000 man tellend leger verloren, en Lee's leger was van meer dan 60.000 man teruggevallen naar minder dan 40.000. In het Noorden werd Grant een "slachter" genoemd, maar Lincoln wist dat de strategie van Grant de enige was om het Zuiden nog op de knieën te dwingen.

Presidentsverkiezingen

Het Noorden had nog steeds genoeg mankracht en materieel om de Amerikaanse Burgeroorlog voort te zetten, maar in het Zuiden raakte nu de bronnen uitgeput. Van de 1,2 miljoen blanke mannen tussen de 16 en 50 jaar oud in de Confederatie had ongeveer 90% in het leger gediend, in het Noorden lag dat percentage pas op 40%. Bovendien waren vele industriële productiefaciliteiten stilgevallen, ofwel door vernietiging, ofwel simpelweg doordat er geen grondstoffen meer waren. De zeeblokkade van Lincoln had het Zuiden arm gemaakt. De enige hoop voor het Zuiden op onafhankelijkheid (en winst in de Amerikaanse Burgeroorlog) lag bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen in het Noorden, die in 1864 weer plaatsvonden. Lincoln was wederom kandidaat voor de Republikeinen, maar de Democraten hadden McClellan als kandidaat. Hun verkiezingsstrategie was gebaseerd op snelle vrede door onderhandelingen met het Zuiden, misschien zelfs als dat Zuidelijke onafhankelijkheid betekende. Lincoln was bang dat McClellan zou winnen omdat Grant met steun van de huidige president zoveel lijden en verdriet veroorzaakte, maar die angst was ongegrond. Zeker toen Sherman begin september meldde dat hij Atlanta had ingenomen ondanks zware tegenstand, wist de Noordelijke bevolking dat de Amerikaanse Burgeroorlog nog slechts een kwestie van tijd was. Ze stemden in grote aantallen op Lincoln, die met 55% van de stemmen en 212 van de 233 kiesmannen makkelijk won. De Amerikaanse Burgeroorlog ging door.

Sherman's mars naar Atlanta

De veldtocht van Sherman dwars door de Confederatie veroorzaakte veel Zuidelijk lijden, maar moest wel doorgezet worden. Niet alleen kon hij zo de wil van het Zuiden breken om door te vechten, hij vernietigde ook alles wat voor de oorlog ingezet kon worden. Na de inname van Atlanta trok Sherman daarom richting het noorden, naar Savannah in Georgia en daarna in de richting van Grant's leger.

Tegen december 1864 hadden zijn troepen een 60 mijl breed spoor van vernietiging door Georgia getrokken en stonden ze op het punt South Carolina in te trekken, de staat die zich als eerste had afgescheiden van de Unie. De Confederatie stond op instorten, maar gaf zich nog niet gewonnen - de Amerikaanse Burgeroorlog was nog niet voorbij.

Het Zuidelijke leger valt uiteen

In januari 1865 trok het leger van Sherman South Carolina binnen en vernietigde alles wat op zijn pad kwam. Volgens velen was South Carolina de aanstichter van het bloedbad dat vanaf 1861 had plaatsgevonden, de aanstichter van de Amerikaanse Burgeroorlog, en dus was het nu ook die staat die zou bloeden voor wat het had gedaan. Duizenden Geconfedereerden van Lee's leger deserteerden toen ze hoorden wat er in South Carolina gebeurden. Ze hadden altijd in hun zaak geloofd, maar de realiteit was hard. Er waren nauwelijks wapens meer, bijna geen enkele soldaat had sinds maanden schoenen aan gehad, en hun uniformen waren niet langer grijs maar bruin, gemaakt van wat de soldaten onderweg aan kleding hadden kunnen vinden. Ze heetten dan ook "butternuts".

Afschaffing van de slavernij

Op 31 januari 1865 nam de Senaat van de VS het dertiende Amendement op de Constitutie aan, waarin de slavernij in de gehele VS officieel werd afgeschaft. De volgende dag werd in de Supreme Court een advocaat uit Masschusetts, John Rock, tot hogerechter geaccepteerd door Salmon P. Chase, de opvolger van Roger Taney. Taney had in 1857 in de Dred Scott zaak gezegd dat zwarten geen burgerrechten hadden en dit recht nooit konden verwerven; John Rock was een advocaat, tandarts en dokter, sprak Duits en Frans - en hij was zwarte. In maart bestond de eens zo trotse Army of Northern Virginia van Lee, die nu opperbevelhebber van de restanten van het Geconfedereerde leger was, uit nog slechts 35.000 man, vechtend tegen een Noordelijke overmacht van 115.000 man. De situatie was uitzichtloos, en Lee gaf opdracht vanuit Petersburg naar het westen terug te trekken. Daarnaast vroeg Lee om iets dat inging tegen alles waar het Zuiden voor had gestaan - zwarte slaven als soldaten.

Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog zouden slaven die meevochten met de Confederatie dan vrijgelaten worden, stelde Lee. In de Geconfedereerde Senaat werd hard gedebatteerd, maar zonder hulp van de zwarten zou het Zuiden sowieso verloren zijn. Op 13 maart accepteerde de Senaat Lee's voorstel - de ultieme vernedering voor het hele Zuiden. Zwarte slaven moesten de Confederatie, die gevochten had om de slavernij in stand te houden, redden van een zekere ondergang en zouden daarna vrijgelaten worden. Slavernij was hoe dan ook gedoemd te sterven.
Richmond valt

Op 26 maart viel Richmond, de hoofdstad van de Confederatie; de avond ervoor was Jefferson Davis en het restant van zijn kabinet per trein 200 kilometer naar het zuiden vertrokken. Twee weken later, op 6 april, viel het steeds groter wordende leger van Grant het steeds kleiner wordende, terugtrekkende leger van Lee aan bij Sayler's Creek. Grant had inmiddels 125.000 man; na de slag bij Sayler's Creek had Lee er minder dan 18.000. Op 8 april pleegde Lee overleg met zijn resterende bevelhebbers, die soms niet meer dan 10 man per "brigade" hadden. In de ochtend, zo stelde hij, zou een laatste aanval plaatsvinden om te proberen weg te komen uit cirkel die de Unietroepen rondom Lee's uiteenvallende leger hadden gelegd. Nadat hij een kleine bres had geslagen zag hij vanaf een heuvel tienduizenden verse Unietroepen op hem afkomen - en wist dat het afgelopen was.

Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog zouden slaven die meevochten met de Confederatie dan vrijgelaten worden, stelde Lee. In de Geconfedereerde Senaat werd hard gedebatteerd, maar zonder hulp van de zwarten zou het Zuiden sowieso verloren zijn. Op 13 maart accepteerde de Senaat Lee's voorstel - de ultieme vernedering voor het hele Zuiden. Zwarte slaven moesten de Confederatie, die gevochten had om de slavernij in stand te houden, redden van een zekere ondergang en zouden daarna vrijgelaten worden. Slavernij was hoe dan ook gedoemd te sterven.
Lee geeft zich over

Vlak voor het middaguur stuurde Lee een boodschapper met een witte vlag naar Grant's hoofdkwartier; bij het kleine plaatsje Appomattox gaf Lee zich over. Ook de Zuidelijke troepen in de rest van het land gaven zich over na Lee's capitulatie, en de slaven die men in had willen zetten zouden nooit in actie komen. De Amerikaanse Burgeroorlog was voorbij.

Op 14 april 1865 ging Generaal-majoor Robert Anderson terug naar Fort Sumter en liet dezelfde vlag over het fort wapperen die hij exact 4 jaar geleden naar beneden had moeten halen na de eerste beschietingen van de Amerikaanse Burgeroorlog. Enkele uren later schoot een Zuidelijke sympathisant, John Wilkes Booth, Abraham Lincoln neer terwijl deze naar een theaterstuk in Washington zat te kijken. Lincoln stierf de volgende dag op 56-jarige leeftijd, op de dag af 4 jaar nadat hij de staat van rebellie had uitgeroepen.

Plaats van de Amerikaanse Burgeroorlog in het Amerika van vandaag

Ook tegenwoordig neemt de Amerikaanse Burgeroorlog, inclusief zijn aanleidingen en zijn nasleep, nog een grote plaats in in de natie. Vooral de Zuidelijke sentimenten zijn in het diepe Zuiden nog niet helemaal verdwenen, en er is zelfs een soort mythe om de "Lost Cause", de verloren zaak van het Zuiden, heengegroeid.

De strijd om de naam van de Amerikaanse Burgeroorlog

De Zuidelijke sentimenten komen onder andere tot uiting in de naam van de Amerikaanse Burgeroorlog, die in het Noorden gewoon de "American Civil War" (Amerikaanse Burgeroorlog) genoemd wordt, maar in het Zuiden "War Between the States" (Oorlog tussen de Staten) heet, een verwijzing naar de rechten van de 50 staten die de Verenigde Staten vormen. In het Noorden werd voornamelijk de landelijke regering gesteund tijdens de Burgeroorlog,in het Zuiden voornamelijk de rechten van de onafhankelijke staten. Daar was de Amerikaanse Burgeroorlog immers om begonnen: "state's rights", het recht van de onafhankelijke staten hun eigen wetten op te zetten; in het geval van de Amerikaanse Burgeroorlog het recht om slavernij te legaliseren in een staat. Dat er toch een centrale regering in Richmond kwam was meer uit noodzakelijkheid dan wat anders. De staten van de Confederatie konden zonder overkoepelende regering immers geen vuist maken tegen het Noorden. Sterker nog, zonder overkoepelende regering zou er nooit een Confederatie geweest zijn.

De benaming van de veldslagen

Uit pure afkeer van de dominantie van de rol van het Noorden tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog houden veel Zuiderlingen ook vandaag de dag nog vast aan alternatieve namen van de veldslagen. Deze benamingen dateren nog uit de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog, toen de Confederatie en de Unie beide eigen namen aan de veldslagen gaven. Na de Amerikaanse Burgeroorlog kregen de Noordelijke benamingen de overhand, maar die zijn door nog steeds rebellerende Zuiderlingen eenvoudig hernoemd in de benamingen die het Zuiden de slagen destijds gaf. Zo heet de Battle of Bull Run in het Zuiden de Battle of Manassas en heet de Battle of Antietam in het Zuiden de Battle of Sharpsburg. Dit is inmiddels zover ingeburgerd dat alle geschiedenisboeken beide namen hanteren.

De Amerikaanse Burgeroorlog in de VS van vandaag

De Amerikaanse Burgeroorlog definieerde de VS zoals we vandaag zien meer dan enige andere gebeurtenis in de 500-jarige geschiedenis van het land. De kwestie van de slavernij en de rechten van de staten verdeelden het land diep, waardoor uiteindelijk 600.000 mensen hun leven verloren; in 1865, na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog, betekende dat dat twee procent van de bevolking, ofwel 1 op elke 50 Amerikanen, omgekomen was. Een slachting van deze orde zou tot de Eerste Wereldoorlog niet meer geëvenaard worden, en Amerika zelf zou nooit meer zoveel mensen verliezen aan een oorlog. Zelfs als de slachtoffers van alle oorlogen waarin de VS tussen 1865 en nu meedeed bij elkaar opgeteld worden, komt het slachtofferaantal niet in de buurt van dat van de Amerikaanse Burgeroorlog. De verdeling van het land zoals die ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog bestond is er niet meer, maar de spanningen tussen Noord en Zuid zijn nooit helemaal verdwenen. Nog steeds hebben de zwarten hun plaats in de samenleving niet gevonden, velen onder hen wonen nog steeds in achterstandswijken. In het Zuiden ging lange tijd de huizenprijs in een woonwijk naar beneden als er zwarten in die wijk kwamen wonen, en niet zelden trokken alle blanken geleidelijk uit zo'n wijk weg als zich er meerdere zwarte gezinnen vestigden. Veel Zuiderlingen hebben het de Noorderlingen nooit vergeven op welke manier ze de Confederatie aanpakten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Sommigen zien 'hun' Zuiden daarom nog steeds als een natie met een eigen cultuur binnen de Verenigde Staten. Religieus fanatisme en conservatisme vieren vooral in het diepe Zuiden nog steeds hoogtij, liberalisme is bijna een scheldwoord. Sommige mensen uit het Zuiden zijn nog steeds overtuigd van hun superioriteit en geloven net als tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog dat God hen zal steunen in een heilige zaak. Gesloten, kleine gemeenschappen leven er in relatieve afzondering en verzetten zich met hand en tand tegen initiatieven van de overheid. Zwarten, homofielen, en niet-kerkelijken hebben het in die gebieden niet makkelijk.

Wederopbouw (Reconstruction)

Tussen 1865 en 1877 werd het Zuiden bezet door Noordelijke troepen. De slaven waren vrij, maar kregen niet genoeg steun om een onafhankelijk bestaan op te bouwen. In 1877 werd de bezetting en daarmee de reconstructie opgeheven. Na de Burgeroorlog herstelde zich de Unie op nationaal niveau en het Zuiden op regionaal niveau. Doordat het Noorden zich volledig ging richten op de industriële ontwikkeling, liet men de ontwikkeling van het Zuiden links liggen. Deze opstelling van het Noorden pakte zeer slecht uit voor de zwarten in het Zuiden, die onder andere het kiesrecht ontnomen werd en vaak het slachtoffer werd van segregatie, racisme en discriminatie, de zogenaamde ‘redemption’-periode. De industriële expansie

Politiek gezien werden de Verenigde Staten tot de Eerste Wereldoorlog in 1914 bijna constant geregeerd door de Republikeinen, die vooral oog hadden voor de industriële ontwikkeling van het Noorden. De grote jongens onder de industriëlen zoals Rockefeller, Carnegie en Mellon hadden zo veel macht vergaard (ook door corruptie en afpersing), dat het onduidelijk was wie er nou het land regeerde, de grootindustriëlen of de regering in Washington. Aan de andere kant maakten ze het land ook groot door het stichten van universiteiten en musea. De industriële ontwikkeling zorgde verder ook voor veel uitvindingen (Edison, Bell). Dit alles nam niet weg, dat het economisch vaak zeer slecht ging met crises in 1873, 1893 en 1907. Wijdverbreide corruptie zorgde ook voor de slechte toestand waarin het land verkeerde.